BijbelArchief
Bileam
Het occulte in het Oude Testament
 

Bileam

In deze studie willen we een parallel trekken tussen het occulte in het Oude Testament en de tijd waarin wij leven. Als we om ons heen zien merken we dat het oude occulte steeds meer komt opzetten, zelfs de politie maakt gebruik van de diensten die occultisten leveren. Het komt voor dat dit in het openbaar wordt toegegeven maar meestal blijft de medewerking van deze mensen binnenskamers. Ook onder de “christenheid” neemt het occulte toe, kerkleden geven openlijk toe gebruik te maken van de z.g.n. “alternatieve genezers”, zelfs kerkzalen worden aan deze mensen voor een spreekbeurt verhuurd.

Numeri 22 - 25
Bileam (de naam wil zeggen “Baälsprofeet”) werd door de koning der Moabieten uit Pethor gehaald, een stad der wijzen (Sterrenwichelaars) in Mesopotamië. Balak, de koning der Moabieten wilde Israël beletten om Kanaän binnen te gaan en daarom wilde hij Bileam dwingen het volk te vervloeken. Bileam, die wist dat God met het volk Israël was weigerde kortweg, daarom vroeg hij de koning verlof om tot de God van Israël te bidden. God antwoorde hem: “Gij zult het volk niet vervloeken, want het is gezegend'. (Numeri 22:8-12)

“Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam. En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn? Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, [zeggende]: Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven. Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.”  Numeri 22: 8 -12

Hij vertelde de koning Balak dat hij dit niet kon of mocht doen maar deze beloofde hem veel geld. Totaal overbodig vroeg Bileam de Here om de tweede keer om raad; de Here gaf hem z’n zin (Numeri 22:19-20) God dwingt niemand Zijn wil te doen en laat uiteindelijk de mens vrij, ondanks dat moest Bileam Gods wil uitvoeren. In dergelijke situatie’s weet de Here de Zijnen te behoeden:

“Zie, Ik heb den smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik den verderver geschapen, om te vernielen. Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, [die] in gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen; dit is de erve der knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.”  Jesaja 54:16-17

Occultisme is de oorzaak van alles wat tegen de wil van de Here in gaat.
Bileam was een occultist en in zijn beleving was een “god” te vermurwen, denk maar eens aan de Baäls-priesters op de Karmel die vuur opeisten voor het altaar van Elia, ze verwonden zich zelfs ernstig om Baäl te vermurwen. Deze methode van verwonding kennen we heden ten dage nog in de voorzetting van Babel, de roomsekerk, want o.a. Opus Deï heeft nog steeds de gewoonte kastijding te eisen voor haar volgelingen ondanks dat men beweerd dat dit niet meer gebeurd. Ze doen dit op de zelfde wijze met een wrede gesel zoals de Baäls-priesters dit ook deden, laatsten maakten zich ook insnijdingen met messen en zwaarden totdat ze dropen van het bloed (1Koningen18: 20-40)

Opstand tegen God, of eisen stellen aan Hem is altijd uit de pijlkoker van satan.
God laat niet met Zich spotten want wanneer we de wil van de Here kennen moeten we ons niet bezondigen om steeds weer opnieuw te vragen naar zaken die tegen Zijn wil ingaan. Dit kan ons grote schade brengen:

In Numeri 11 lezen we van het gemor van het volk Israël, meestal is “het gepeupel” (de meelopers) de oorzaak van het gemopper. Men schreeuwde naar Mozes om vlees omdat men “zat” was van het zoetige manna. Mozes voelde zich bedreigd en zocht het aangezicht van de Here en deze was verschrikkelijk vertoornd omdat het volk zich zo liet gaan. In Zijn woede zij de Here dat het volk een maand lang vlees zou eten, ja zo veel dat het hun neus uit kwam. Tegen de avond stuurde de Here een wind vanuit de zee die zo veel kwakkels meenam dat er een dagreis rondom de legerplaats een laag van deze dieren ontstond van twee ellen hoogte, één el is 45 cm, dus 90 cm hoog lagen de dode dieren opgestapeld in de hete woestijn! Heel de nacht door verzamelde men kwakkels, degene die het minst had, had er tien homer, dit is een maat voor droge en natte waren met een inhoud van tien efa of bath (220 liter) Dit wil zeggen dat de mensen met het minste kwakkels er altijd nog 10 homer x 220 liter = 2200 liter van deze dieren hadden! De Here liet Zich dus wél vlees afdwingen maar de gevolgen waren vreselijk, wat moet dat een stinkende massa geweest zijn en miljarden bacteriën bedreigden het volk.

“Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger. Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag. Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.”  Numeri 11:32-34

In ons persoonlijke leven zijn er ook vaak vragen en problemen die we onze Here wel “uit de handen willen wringen” maar laten we goed opletten wat we doen want de kans zit er in dat de Here onze zin doet terwijl het beter voor ons is dat hij de verhoring van het gebed nog even uitstelt of helemaal achterwege laat. Laten we in ons gebed altijd denken aan de kwakkels in de woestijn.

“Hij gaf hun wat ze begeerden, maar hen zelf deed Hij wegteren”.  Psalm 105:15

Bileam wist dit ook en daarom was hij uiteindelijk alleen maar in staat om het volk te zegenen, maar in z’n zucht naar geld en roem kon hij de koning wél een advies geven en wel het overspel met Baäl Peor. Bileam adviseerde vrouwen te gebruiken, dit waren geen “gewone” vrouwen want ze waren ingewijden, dit wil zeggen dat wie gemeenschap met hen hadden indirekt ook gemeenschap met Baäl Peor hadden. (Numeri 25) Dit overspel was dus niet in de eerste plaats een berog tussen man en vrouw maar tussen de vrouw Israél en de Here God de Man.

“Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.”  Numeri 31:16 Staten vert.

De N.B.G.vertaling heeft deze gebeurtenis afgezwakt door dit in het menselijke vlak te trekken, natuurlijk werden de Israëlische mannen en vrouwen bij Baäl Peor ontrouw aan elkaar maar ze koppelden zich aan de occlte-god Baäl en dat valt niet uit de N.B.G op te maken.

“Zie, dezen waren op raad van Bileam voor de Israëlieten aanleiding om trouwbreuk te plegen tegen de Here inzake Peor”
Numeri 31:16 N.B.G. vert.

Men lokte Israël naar Sittim (Bloemhoven) bij Baäl Peor (god der wellust) waar het volk zich schuldig maakte aan gruwelijke zonden (Numeri 25) De straf voor Bileam bleef ook niet uit we leven in Numeri 31:8b:

“Ook Bileam, de zoon van Beor, dooden zij met het zwaard.”