|
Uit de diepte roep ik tot U
Zwaar depressief lig ik in mijn bed. Opstandig en boos. Opeens komen de woorden van de Psalmen omhoog: “Uit de diepte roep ik tot U”(Psalm 130:1). Nee, ik hoor geen stem van God. Maar het lijkt er wel op. Psalm 42:6 klinkt met een enorme kracht in mijn hart: “Wat buigt gij u neder, o mijn ziel …. Hoop op God!” Wat lig je zielig te doen. Stel je niet aan. Pak jezelf in je nekvel en vertrouw op God! Ter plekke rol ik van mijn bed. Zak op mijn knieën. Ik huil, belijd mijn zonden, mijn ongeloof, mijn opstandigheid. Opnieuw geef ik mijn leven over aan God: “Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan uw eer”. Opeens gaat de deur van mijn kamer open. Drie studiegenoten lopen binnen en kijken me verbaasd aan. Wat mankeer jij? Stotterend vertel ik hun van mijn ervaring met God van dat moment. Ik vraag ook hun om vergeving, omdat ik redelijk hopeloos voor ze ben geweest. Ze kijken elkaar aan en schieten in de lach. “Waarom lachen jullie?” Omdat wij de kamer inkwamen om jou een genadeloos pak slaag te geven. We dachten: “Nu zijn we het zat. Een pak slaag zal hem goeddoen. Maar zo te zien is de Here God ons voor geweest”.
Bron: “Geloven gaat verder” door Ds. H, Esbach, uitgave IBB.
|