BijbelArchief
Geloofszekerheid
 

Kun je zeggen ik ben een kind van God, ik heb het eeuwige leven?


Het antwoord op bovenstaande vraag is volmondig: “JA”! En als je dat, op grond van Gods Woord, vindt is dat zeker geen hoogmoed, zoals iemand eens tegen me zei. Je mag zeker weten een kind van God te zijn, juist omdat je hebt beseft dat je volledig ongeschikt was een kind van God te worden, maar op grond van Christus’ volmaakte offer mag je absoluut zeker weten dat dit toch heeft plaatsgevonden tenminste als je je zonden, je falen oprecht hebt beleden. Het is eerder hoogmoedig te zeggen dat je niet weet of je een kind van God bent, want dan laat je je geloofszekerheid óf afhangen van je eigen prestaties/kunnen óf je acht het offer van Christus niet groot genoeg om jou te kunnen redden.


We kunnen er duidelijk over zijn, van nature zijn we volledig ongeschikt voor de hemel en niet, lees nooit, in staat om de hemel op wat voor wijze dan ook te verdienen. Alleen als we van harte erkennen dat dit zo is, dán pas beseffen we dat we een Ander, een Verlosser, nodig hebben. Alleen hulp buiten onszelf kan ons redden. En daarin heeft God voorzien door Zijn Zoon te zenden. Hij werd Mens en leefde zoals God het had bedoeld, zonder te zondigen, volkomen gehoorzaam aan Zijn Zender. Toch werd Hij, de Zondeloze, gedood aan een kruis. Hij onderging het oordeel over onze zonden. Hij onderging het oordeel van God als onze Plaatsvervanger. Onze, mijn zonden, werden op Hem gelegd. Hij leed in onze plaats, Hij stierf in onze plaats, zodat het mogelijk werd dat we ondanks onszelf toch tot God konden naderen. Wij stierven nl. met Hem én stonden mét Hem op uit de dood. Zo ziet God dat, dat is een nieuwe geboorte, uit een nieuwe volmaakte Bron. Daarom mogen en kunnen we vol vertrouwen zeggen: “Ik ben een kind van God”.


De Bijbel bevestigt dit op tal van plaatsen, er is geen spoor van twijfel in deze teksten:


·          Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Er staat niet krijgt het leven of krijgt misschien het leven, nee hij/zij hééft het leven, nu al.


·          Rom. 5:1 “wij dan gerechtvaardigd door het geloof hebben vrede met God”.


·          Rom. 8:15 Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader.


·          Joh. 3:16 Want zo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.


·          1 Joh. 3 Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook).


Nergens wordt in de Bijbel gesproken over onduidelijkheid of je wel of niet een kind van God bent. Het is uitermate belangrijk om deze geloofsbasis te hebben. Als je niet weet of je opnieuw geboren bent kunt je ook niet gaan groeien, er is immers geen fundament. Je wordt heen en weer geslingerd door je gevoel. Soms heb je wat “betere” dagen en dan leeft de hoop weer op, maar dan gaat het fout en is er weer twijfel aan de behoudenis. Dit is ontzettend jammer en absoluut niet nodig. Want zo iemand wordt geleid door zijn gevoel en zijn/haar eigen presteren en dat is nooit voldoende om behouden te kunnen worden. Onze behoudenis is volledig gebaseerd op Christus’ volmaakte offer. Zijn offer is voldoende, meer dan voldoende, dáár moeten we op vertrouwen, want Gods Woord zegt het.


In het OT is de verlossing van Israël een prachtig beeld van onze verlossing. Bijbelse waarheden mogen nooit worden gebaseerd op typen uit het oude testament, maar omgekeerd kunnen typen uit het OT wel nieuwtestamentische waarheden ondersteunen en bevestigen!


·          Israël leefde in Egypte, Egypte is een beeld van de wereld. Een systeem wat kan functioneren, zonder rekening te houden met de levende God. Wij leefden ook in de wereld, zonder God.


·          De verlossing van Israël was helemaal Gods werk. Onze verlossing/behoudenis is volledig gebaseerd op Christus’ offer. (Ex. 14:14 “De Here zal voor u strijden en gij zult stil zijn”)


·          De verlossing vond plaats, omdat men geschuild had achter het bloed. Onze verlossing en verzoening vinden plaats omdat we in geestelijk opzicht hebben geschuild achter Zijn vergoten bloed. Het volk Israël bestond uit veel mensen met allerlei karakters. Er zullen mensen zijn geweest die vol vertrouwen schuilden achter het bloed, zonder zich zorgen te maken. Er zullen ook mensen nerveus zijn geweest die zich hebben afgevraagd of de verderfengel wel aan hun met bloed bestreken deur(posten) zou voorbijgaan. Hun gevoel was echter niet bepalend, maar het feit dat ze Gods Woord hadden gehoorzaamd en het bloed van het lam aan de deur hadden gestreken! Als de engel het bloed zag ging hij voorbij!. Zo is het nu ook: al voelen we niet dat we een kind van God zijn, op grond van Gods Woord mogen we het zeker weten, Hij ziet Christus’ bloed.


·          Israël werd vanuit de slavernij in Egypte overgeplaatst naar de vrijheid aan de overzijde van de Schelfzee. Wij zijn verlost uit de slavernij en gezet in de vrijheid. Christus heeft ons waarlijk vrijgemaakt!


·          Israël kón nadat God hen aan de overzijde van de Schelfzee had gebracht niet meer terug, het water van de zee was teruggevloeid. Als wij zijn verlost, zijn we een kind van God geworden, door genade. We blijven altijd een kind van God, ook als onze wandel niet goed is.  Als u kinderen heeft weet u dat deze ongehoorzaam kunnen zijn, maar het blijven altijd uw kinderen. Wij kunnen gehoorzame kinderen van God zijn en Hem daardoor eren, we kunnen ook ongehoorzame kinderen van God zijn en Hem daarmee onteren, maar we blijven Zijn kinderen. Onze wedergeboorte kan niet omgedaan gemaakt worden.


·          Israël maakte een nieuwe start en de bedoeling was dat ze in een land vloeiende van melk en honing zouden komen, door hun ongeloof zwierven ze echter 40 jaar door de woestijn. In Zijn genade was en bleef God toch bij hen. Ook wij mogen een nieuwe start maken, onze wedergeboorte. Alles is nieuw geworden zegt Paulus tegen de Corinthiërs. Ook ons wacht leven en (geestelijke) overvloed, mits we gehoorzaam zijn aan Zijn Woord. Ook ons blijft de Here getrouw, ook al zijn wij ontrouw. Maar Zijn doel is dat Hij ons wil zegenen!


·          Israël viel in Egypte onder het bewind van de Farao, in de woestijn was de Here hun Herder. Ook wij waren in slavernij onder de macht van satan, maar nu is de Here onze Herder.


·          De Here leidde hen door de wolk- en vuurkolom. De Here God wil en zal ons leiden door Zijn Heilige Geest.


“Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven” is een uitspraak van de Here Jezus, durven wij dan te twijfelen of Zijn Woorden wel waar zijn als we naar Hem toegaan met onze last? Natuurlijk is het waar! Johannes zegt in zijn eerste brief vers 1: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”. Dat is toch volkomen duidelijk? Hieraan twijfelen is gelijk aan het twijfel aan Gods Woord, waarvan Hij zegt dat  het de waarheid is!


Mocht u nog twijfelen over uw/jouw behoudenis, overweeg dan het bovenstaande biddend en laat Gods Woord tot uw/jouw hart spreken, dat kan een geweldige rust en vrede geven in het hart. Een vrede die alle verstand te boven gaat!