Zout
Gij zijt het zout der wereld

Zout


Mattheus 5:13 “Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden?


“Bovenstaande woorden zijn door de Here Jezus uitgesproken. Deze uitspraak maakt deel uit van de zgn. bergrede (Mattheus 5, 6 en 7). De bergrede is één van de 3 grote redevoeringen die de Here Jezus heeft gehouden. De andere 2 toespraken betreffen de 7 gelijkenissen uit Mattheus 13 en de rede over de eindtijd uit Mattheus 24 en 25.


De woorden “Gij zijt het zout der aarde” sprak Hij Zijn discipelen maar gelden ook voor ons. Daarom gaan we eens kijken naar een aantal eigenschappen van zout om zo te ontdekken wat dit dan voor ons betekent in de praktijk van elke dag.


Een eerste kenmerk van zout is dat het smaak geeft. (Job 6:6” Laat zich flauwe spijze eten zonder zout, of is er smaak aan eiwit?”). De meeste mensen vinden nl. een eitje met toch heel wat lekkerder dan zonder zout. Deze eigenschap kunnen we toepassen op onszelf als christenen, want wij moeten ook “smaak” geven aan onze omgeving. In de Efezebrief kunnen we lezen dat we “geheel anders” zijn. In ons doen en laten moet dit zichtbaar worden temidden van de ongelovigen om ons heen. Wij zijn anders in de zin dat we de eigenschappen van de Here Jezus moeten laten zien. In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat de wereld waarin we leven steeds meer individualistisch wordt en dat, zoals de bijbel zegt: de liefde verkilt. Juist dan kunnen we iets tonen van de liefde van God, door oprecht belangstelling te hebben voor een ander, of door een helpende hand te bieden als dat nodig is. Onze omgeving wordt ook steeds onreiner, dan kunnen we laten zien dat we als christenen rein willen leven en zodoende smaak geven aan onze omgeving. Ontrouw neemt hand over hand toe als gevolg van de vele ranzige tv-programma’s, films, internet en allerlei tijdschriften en boeken. Als we naar dit soort programma’s kijken of dergelijke lectuur lezen worden we daar absoluut door beïnvloed en gaan we zaken, zoals samenwonen, overspel etc. normaal vinden, omdat dit wordt getoond of beschreven alsof het normaal is. Maar het is volkomen in tegenspraak met Gods Woord! Laten wij als christenen hier een andere houding laten zien door wél trouw te zijn aan God en elkaar, zodat de ongelovigen kunnen zien dat we “anders” zijn!


Onze gesprekken moeten niet zouteloos zijn, maar juist smaakgevend, doordat er iets uit blijkt van de hoop die in ons is. Kolossensen 4:6 “Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven”. In gesprekken met collega’s, medestudenten, familie etc.  kunnen we iets doorgeven van de blijdschap en vrede die we hebben leren kennen. Het is niet altijd gemakkelijk, maar als we dit doen zullen we gaan ontdekken dat mensen respect voor ons krijgen, veel meer dan wanneer ze weten dat we christenen zijn, maar dat helemaal niet merken!


Een andere eigenschap van zout is dat het zuivert en daardoor bederf werend. Uit de indianenverhalen van Karl May herinner ik mij dat door de indianen het vlees van de geschoten buffels flink werd gezouten om bederf tegen te gaan. De zuiverende werking van zout is ook de reden dat mensen met huidklachten soms naar Israël gaan om in het zeer zoute water van de Dode Zee te baden, wat genezend werkt.


Wij kunnen ook in de omgang met anderen “zuiverend” werken en daardoor het bederf weren door onze houding. In gesprekken kunnen we een positieve inbreng hebben, waardoor het gesprek een andere wending kan krijgen. Dit kan ook door niet mee te doen als er wordt geroddeld, door gewoon rustig in vertrouwen onze weg met God te gaan.


In 2 Thess. 2: 6 e.v.  wordt gesproken over “ totdat hij … die weerhoudt verwijderd is”. Met deze “ hij …. Die weerhoudt”  wordt de Heilige Geest bedoeld die in de gemeente en elke gelovige woont en werkt. Na de opname van de gemeente, dus als de “ weerhouder”  weg is zal er dan ook een tijd van bederf komen, de tijd van de grote verdrukking. Laten wij nu het nog kan in afhankelijkheid aan God het zout wezen dat het bederf tegengaat.


Een derde eigenschap van zout is dat het dorstig maakt. Hier is de vergelijking gemakkelijk te trekken. Door onze handel en wandel moeten we mensen jaloers maken.


Paulus schrijft in Romeinen 11:11 “ hen tot naijver op te wekken” dwz hen jaloers of dorstig maken. Hier wordt dan ten eerste gesproken over het Joodse volk, maar dit geldt ook voor andere ongelovige mensen om ons heen. In deze tijd waarin de problemen zoals de toenemende terreurdreiging, de afbrokkeling van steeds meer normen en waarden etc.  de mensheid boven het hoofd lijken te groeien, kunnen we laten zien dat we mensen zijn die niet bang hoeven te zijn, omdat we een machtige God en Vader hebben. Elke dag kunnen we iets laten zien van de vrucht van de Heilige Geest, waardoor de ongelovigen om ons heen een verlangen naar God kunnen krijgen. Onderlinge liefde is een kenmerk van de discipelen, Johannes schrijft in zijn evangelie in hoofdstuk13:??  “waaraan zulle allen (!!) weten dat gij mijn discipelen zijt, als er liefde is onder elkaar.



Als de Here Jezus dan zegt dat het zout zijn werking niet moet verliezen, dan moeten we onszelf nadrukkelijk afvragen of wij nog wel “zout” zijn!  Geven wij nog smaak aan onze omgeving, weren we het bederf en maakt onze houding anderen dorstig naar God? Dit kan alleen maar als we dicht bij Hem blijven, Zijn Woord lezen en overdenken en in alle omstandigheden op Hem vertrouwen.









Aangemaakt: 27-8-2004, Laatste bewerking: 19-11-2014