Hosea deel 3

Plaatsnamen

1. ’Het dal van Jizreël’(Hosea 1:5).
We zagen reeds hoe deze plaats verontreinigd was door het bloed; op diezelfde plaats zou Israëls boog, zijn sterkte, verbroken worden en vandaar uit gevankelijk worden weggevoerd (Zie: 2 Koningen 17).

2. ’Het dal van Achor’, een deur der hoop (Hosea 2:14).
Vergelijk (Lezen) Jozua 7:24-26.

Daar werd de toorn des Heren gestild over de zonde van Achan, de ban werd uit het midden weggedaan, en zo was er weer hoop op zegen. Dat zal altijd het geval zijn, waar de zonde wordt weggedaan.

3. ’Gilgal’ (Hosea 4:15; Hosea 9:15; Hosea 12:12).
Vergelijk Jozua 5:7-12.

Daar werd het volk besneden en de smaad van Egypte van hen afgewenteld; daar aten zij het overjarig koren van Kanaän en hield het manna op; daar hielden zij het Pascha. (Hosea 4:15).  Wie hoereren wil, moet dus niet naar Gilgal gaan, want daar reinigt besnijdenis van de zonde en wijdt men zich aan de dienst van God.

Hosea 9:15 en Hosea 12:12.

Maar helaas, juist aan deze plaats, waaraan zulke heilige herinneringen verbonden waren, brachten zij hun zonden en offerden er op hun altaren:

“Zelf echter keerde hij van de gebeeldhouwde stenen te Gilgal terug en zeide: Ik heb een geheime boodschap voor u, o koning. Deze zeide: Stilte! En allen die bij hem stonden, gingen naar buiten.”  Richteren 3:19

Daar was het, dat Samuël het volk vergaderde om voor hen te bidden, nadat de afgoden waren weggedaan werden de Filistijnen verslagen. En nu werden koningen en priesters door hun afgodendienst daar tot een strik voor het volk.

4. ’Beth-aven’ (Hosea 4:15; Hosea 5:8; Hosea 10:5-8).
Is huis der misdaad, de ontaarding van Bethel, het huis Gods (zie: Genesis 28), vanwege de kalverdienst, door Jerobeam ingesteld (1 Koningen 12:25 tot 1 koningen 13: 1).

5. ’Mizpa’ (Hosea 5:1)
In Genesis 31:49 vinden wij de betekenis: “De Here neme opzicht tussen mij en u”; en in Richteren 20:1 en 1 Samuël 7:5-16 vinden we Mizpa als een plaats, waar men van het bederf der afgoderij, die over Israël was uitgestort.

“Toen trokken al de Israëlieten uit; van Dan tot Berseba en ook uit het land Gilead kwam de vergadering als een man samen bij de Here te Mispa. En de hoofden van het gehele volk, van alle stammen van Israël, namen de leiding over de gemeente van het volk Gods: vierhonderdduizend man voetvolk, die het zwaard konden voeren.”
Richteren 20:1

Let maar eens op de uitdrukking “Kalf van Samaria”.

6. ’Thabor’ (Hosea 5:1)
Een berg, N.O. van de vlakte van Jizreël, waarvan Psalm 89:13 zegt, dat hij juichte in des Heren Naam. Vanaf de top van deze berg trok Barak op tegen de benden van Sisera en versloeg ze.

Lezen: Richteren 4:6-15.

En op deze berg waren de koningen en priesters geworden tot een uitgespannen net; daar werd het volk gelokt in het verderf der afgoderij.

7. ’Gibea en rama’ (Hosea 5:8; Hosea 9:9; Hosea 10:9)

Steden van de stam van Benjamin. Beide worden genoemd in de geschiedenis van Richteren 19 en 20. Wat een diep verderf werd daar in Gibea openbaar; en in die zonde is Israël gebleven, hetzij in vleselijke of geestelijke zin. Op die plaatsen moest de bazuin geblazen worden om te waarschuwen tegen het naderend verderf.

8. ’Assur’ (Hosea 5:13; Hosea 7:11; Hosea 8:9; Hosea 9:3; Hosea 10:6; Hosea 11:5 en 11; Hosea 12:2 en Hosea 14:4.)

9. ’Egypte’ (Hosea 2:14; Hosea 7:11; Hosea 8:13; Hosea 9:3 en 6; Hosea 11:1-5 en 11; Hosea 12:2 en 14).
Assur en Egypte worden dikwijls genoemd in deze profetie. Uit de profetie van Jesaja, de tijdgenoot van Hosea, blijkt, dat het volk in zijn afval van God, hulp zocht bij de vreemden, zie 2 Koningen 16; Jesaja 30:1-5 en Jesaja 31:1-3.

“Wee hun die naar Egypte trekken om hulp, die steunen op paarden en vertrouwen op wagens, omdat zij talrijk zijn, en op ruiters, omdat zij machtig in aantal zijn, maar de blik niet richten op de Heilige Israëls en naar de Here niet vragen. Maar ook Hij is wijs, Hij doet het kwaad komen en neemt zijn woorden niet terug; Hij richt Zich tegen het huis der boosdoeners en tegen de hulp door de bedrijvers van ongerechtigheid verleend. De Egyptenaren daarentegen zijn mensen en geen God, en hun paarden zijn vlees en geen geest; daarom zal de Here zijn hand uitstrekken, zodat de helper struikelt en de geholpene valt, en zij allen tezamen vergaan.”  Jesaja 31:1-3

Maar in plaats dat deze hulp baatte, werden Efraims’ krachten verteerd door de vreemden

“Efraim vermengt zich met de volken. Efraim is een koek die niet gekeerd is. Vreemden hebben zijn kracht verteerd, maar hij beseft het niet. Zelfs ligt grijsheid*  over hem gesprenkeld, maar hij beseft het niet.”  Hosea 7:8-9

* Grijsheid = matheid, rusteloosheid en onvrede als gevolg van zonde, je kan bidden wat je wilt maar de hemel “lijkt wel van koper”, ondoordringbaar naar de Here toe, de oorzaak ligt dan bij je zélf.

Een dergelijk optreden moest de toorn van God opwekken. Kon Hij hen niet verlossen als in de dagen van ouds? Zij steunden niet meer op Hem, maar op politieke berekening.

10. ’Gilead’  (Hosea 6:8 en Hosea 12:12). Stad en land ten Oosten van de Jordaan.

Vergelijken we Genesis 37:25 met Jeremia 8:22 en Jeremia 46:11, dan was Gilead een plaats, van waar uit balsem werd uitgevoerd tot genezing, en waar heelmeesters woonden.

“Daarna zetten zij zich neer om te eten. Toen zij hun ogen opsloegen, daar zagen zij een karavaan van Ismaeliëten aankomen uit Gilead, wier kamelen gom, balsem en hars droegen, op weg om dat naar Egypte te brengen.”  Genesis 37:25

En nu was deze plaats geworden tot stad van ongerechtigheid en boosdoeners.

“Voorbij is de oogst, ten einde de zomer, en wij zijn niet verlost! Om de breuk van de dochter mijns volks ben ik gebroken, ik ga in rouw, ontzetting heeft mij aangegrepen. Is er geen balsem in Gilead, of is daar geen heelmeester? Want waarom is de wond van de dochter mijns volks niet geheeld?”  Jeremia 8:20-22

11. ’Sichem’ (Hosea 6:9).

Uit Jozua 21:21 blijkt, dat Sichem een stad der priesters was. Wat had men van zulk een stad niet mogen verwachten?

“In het geheel hadden de Aäronieten, de priesters, dertien steden en haar weidegronden. Wat de geslachten der Kehatieten betreft, de Levieten, die nog overgebleven waren uit de Kehatieten, zij verkregen de hun door het lot toegewezen steden uit de stam Efraim. Men gaf hun Sichem, de vrijstad voor de doodslager, en haar weidegronden, op het gebergte van Efraim, Gezer en zijn weidegronden.  Kibsaim en zijn weidegronden, en Bet-choron en zijn weidegronden: vier steden.”
Jozua 21:19-21

Maar ziet, op de weg van Samaria naar Sichem traden de priesters, eenmaal door Jerobeam voor zijn afgodendienst aangesteld, op als een bende straatschenders en moordenaars.

“Gelijk een troep bandieten ligt een priesterschare op de loer; zij moorden op de weg naar Sichem. Waarlijk, wandaden bedrijven zij.”  Hosea 6:9

12. ’Samaria’ (Hosea 7:1; Hosea 8:5-6;Hosea 10:5-7; Hosea 14:1).
Was de hoofdstad van het Tienstammenrijk. Als zodanig was het ook de hoofdzetel

13. ’Het kalf van Samaria’ (Hosea 8:5-6; Hosea 10:5).
“Hun daden gedogen niet, dat zij zich bekeren tot hun God. Want een geest van ontucht woont in hen, en de Here kennen zij niet. De hoogmoed van Israël getuigt openlijk tegen hem. Israël en Efraim zullen struikelen door hun ongerechtigheid. Ook Juda struikelt met hen. Hun kleinvee en hun runderen zullen zij brengen om de Here te zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden: Hij onttrekt Zich aan hen! Tegen de Here hebben zij trouweloos gehandeld, want zij hebben bastaardkinderen verwekt. Nu kan [elke] nieuwe maan hen verteren met hun bezittingen.”  Hosea 8:4-7

“Zij spreken holle woorden: zweren valse eden, sluiten maar verbonden. En het gericht schiet op als een gifplant in de voren van de akker. Om dat kalf van Bet-awen zijn de inwoners van Samaria bezorgd; ja, daarover treurt het volk, daarover maken de afgodspriesters misbaar, omdat de heerlijkheid daarvan is geweken. Ja, het wordt zelf naar Assur gebracht als een geschenk voor koning Strijdlust. Schande zal Efraim op zich laden, en Israël zal beschaamd uitkomen met zijn overleggingen. Verdelgd wordt Samaria; zijn koning wordt als een spaander op het watervlak.”  Hosea 10:4-7

Geen wonder, dat Gods oordeel over deze weerspannige stad moest komen.

14. ’Mof’ (Hosea 9:6)
In andere vertalingen: ’Memphis’, de hoofdstad van Neder-Egypte. Indien men als gevolg van een inval der Assyriërs de wijk nam naar Egypte, dan zou men daar wel ontvangen worden; maar de straf zou zijn, dat men daar ook begraven werd en dus het land der vaderen niet weerzag.

15. ’Tyrus’ (Hosea 9:13)
Dit was eeuwenlang de meest beroemde handelsstad der Phoeniciërs.

Uit Jesaja 23 en Ezechiël 26-28 blijkt, dal hoogmoed en zelfverheffing de zonde was, waarvoor God haar moest straffen. Hoe treurig is het daarom, dat Efraim bij deze stad vergeleken moest worden.

16. ’Beth-Arbel’ (Hosea 10:14)
De naam betekent: huis der hinderlaag van God. Het was vermoedelijk een stad, gelegen ten westen van het meer Genesareth. Gelijk deze stad door Salman (Salmanassar, de Assyrische koning) verwoest werd (waarschijnlijk onder koning Hosea, zie 2 Koningen 17:1-3), zo zal geheel Israël verwoest worden.

17. ’Bethel’ (Hosea 10:15; Hosea 12:5)
Wat waren aan deze plaats heilige herinneringen verbonden (zie Genesis 28:12 en 19; Hosea 35:7 en 14-15). En nu was het de plaats geworden, van waaruit de afgodendienst over het gehele volk verbreid was.

18. ’Adama en Zeboim’ (Hosea 11:8)
Steden, die behoorden tot het gebied van Sodom en Gomorra (zie Genesis 10:19; Genesis 14:2-8 en Deuteronomium 29:23), die door een Godsoordeel vernietigd werden (Genesis 19).

Hoe zwaar was Israëls zonde, dat zij dezelfde straf verdiend hadden; maar hoe groot ook Gods barmhartigheid, dat Hij hen niet kon overgeven aan zulk een gericht.

19. ’Syrië’ (Hosea 12:13)
Wordt hier genoemd in verband met de geschiedenis van Jacob, toen hij naar Haran in Mesopotamië trok, om daar als een arme knecht te dienen om een vrouw.

20. ’Libanon’ (Hosea 14:6-8)
Dit gebergte was bekend om zijn hoogte, zijn rijkdom aan geurige kruiden en de wijn, die er verkregen wordt. Dat wilde God ook geven aan Israël, indien zij zich tot Hem wilden bekeren.

Terug naar document-overzicht
Dit artikel wordt u aangeboden door Het BijbelArchief.
Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben over dit artikel kunt u contact opnemen met de aanbieder.

Openbaring 15 & 16

Lees meer

Waarom Baptisten geen Protestanten zijn.

Lees meer

Chapter 09

Lees meer

De arend

Lees meer

De oorsprong van de roomsekerk

Lees meer