De relatie tussen God en mens.

De relatie tussen God en mens.

Zalig is de man, die in verzoeking (beproeving) volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de Kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.Jacobus 1:12.

Vanavond gaan we met elkaar bekijken hoe de relatie tussen ’God en mens’ is en welke toekomstverwachting een gelovige mag koesteren. Onze relatie met de Here garandeert ons geen rijk, weldadig en rustig leven op aarde. Een wedergeboren mens wordt ook ziek, en sterft als het lichaam op en versleten is en daar bij hebben ze evenzoveel problemen op aarde als de zondaar die niets van Christus wil weten.

Een wedergeboren mens heeft onnoemelijk veel voor op hen die géén relatie met de Here hebben. Wedergeboren Christenen bezitten een rust die alle verstand te boven gaat, wij weten dat ons leven niet eindigt in de schoorsteen van het crematorium. We hebben geen groteske grafschriften nodig om hen die nog leven te laten zien ’hoe geweldig we wel niet hebben ge-leefd’.

Voor ons is naast de huidige vrede een heerlijkheid die alles te boven gaat, een andere weg, we gaan naar de Here Jezus toe. Het liefst zouden we met alle gelovigen samen naar de Here toegaan zoals het in 1 Thessalonicenzen 4 en 5 beschreven staat. Wij lezen in 1 Thessaloni-cenzen 4 en 5, volgens een populaire vertaling, het volgende:

Het lot van de doden (1 Thessalonicenzen 4:13-18.)
13. 0ver het lot van de overledenen willen we u niet in het onzekere laten. Er is geen reden voor ons om te treuren, zoals voor de rest van de mensen. Want die hebben geen hoop
14 Wij geloven toch dat Jezus gestorven en uit de dood opgestaan is? Dan geloven we ook dat God degenen die als christenen zijn gestorven, samen met Jezus naar zich toe zal halen.
15 We houden ons aan een woord van de Heer als we u zeggen: Wij die nog in leven blijven tot de komst van de Heer, hebben geen voorrang op de gestorvenen.
16 Want wanneer het teken wordt gegeven, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God klinkt, zal de Heer zelf afdalen uit de hemel. Eerst staan dan de gestorven christenen op;
17 Daarna worden wij die nog in leven zijn, samen met de verrezenen weggevoerd op de wol-ken in de lucht om de Heer te ontmoeten. Dan zullen we voor altijd bij de Heer zijn.
18 Troost elkaar dus hiermee

Bereid u voor op de komst van de Heer (1 Thessalonicenzen 5:1-28)
1 Het heeft geen zin u te schrijven over het precieze tijdstip waarop de dag van de Heer zal plaatsvinden.
2 U weet zelf maar al te goed dat die dag komt als een dief in de nacht.
3 Wanneer de mensen zeggen: ’Alles is rustig en veilig,’ juist dan overvalt hun plotseling de ondergang, zoals de weeën een zwangere vrouw, en is er voor hen geen ontkomen meer aan.
4 Maar u loopt niet in het donker, zodat die dag u zou overvallen als een dief. Want u be-hoort allen tot het licht van de dag. We hebben niets van doen met het duister van de nacht.
6 We moeten dan ook niet slapen zoals de rest van de mensen, maar waken en nuchter blijven. ’Want wie slaapt doet dat ’s nachts, en wie zich bedrinkt evenzo.
8 Maar laten wij, die behoren tot de dag, nuchter zijn. We moeten ons met het geloof en de liefde uitrusten als met een pantser, en met de hoop op redding als met een helm.
9 We zijn door God niet bestemd om veroordeeld, maar om gered te worden, dank zij onze Heer Jezus Christus.
10 Hij is voor ons gestorven om ons in staat te stellen samen met hem te leven, ongeacht of we nog in deze wereld verkeren of al gestorven zijn.
11 Troost en steun elkaar hiermee. Dat doet u trouwens al

Laatste instructies
12 Wij vragen u waardering te hebben voor degenen onder u die zich voor u inzetten en u uit naam van de Heer leiding geven en terechtwijzen.
13 Om het werk dat zij doen moet u hun meer dan gewone liefde toedragen. Leef met elkaar in vrede.
14 Wij dringen er bij u op aan: waarschuw de tragen, moedig de angstvalligen aan, neem het op voor de zwakken, wees met iedereen geduldig.
I5 Laat niemand kwaad met kwaad vergelden, maar wees er steeds uit op wat goed is voor ieder van u en voor alle anderen.
I6 Wees altijd blij. ’Bid zonder ophouden.
18 Wees onder alle omstandigheden dankbaar; dat wil God van u in Christus Jezus.
I9 Doof het vuur van de Geest niet.
20 Minacht profetische woorden niet.
21 0nderzoek alles op zijn waarde en houd vast wat goed is.
22 Ga elk soort kwaad uit de weg.
23 Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest en ziel en lichaam, gaaf bewaard blijft tot de komst van onze Heer  Jezus Christus.
24 Hij die u roept, is trouw. Hij houdt zijn woord
25 Broeders, bid ook voor mij.
26 Groet alle broeders met de vredeskus
27 In ’s Heren naam: laat deze brief voorlezen aan alle broeders
28 Onze Heer Jezus Christus zij u genadig.
(Uit: ’Groot nieuws voor u’)

Deze toekomst, de wegrukking van de aarde, staat voor een ieder vast die de Here Jezus aangenomen heeft als Verlosser en Zaligmaker. We gaan éérst bekijken waarom er een Verlosser moest komen en hoe we verlost kunnen worden door Hem.

Lezen: Genesis 1:26-31.
Adam gelóófde niet in God, Adam wándelde met God van aangezicht tot aangezicht. Dit is het grote verschil met ons, zijn nakomelingen. Wij zullen in God moeten geloven, als we een relatie met Hem willen hebben. Daar komt verder bij dat Adam ’naar Gods beeld’ geschapen was*, zonder enig gebrek en in volle harmonie met de Here God. Maar niet alleen Adam was naar het beeld van God geschapen, ook Eva was volmaakt geschapen.

*Naar Gods beeld.
De gedachte dat wij als mensen naar het beeld van God zijn geschapen is pertinent on-juist. Adam was naar het beeld van God geschapen, zonder enig gebrek en in volle har-monie met God levende. De mensen ná Adam zijn naar zijn zondige beeld geboren want vanaf het moment dat Adam in zonde viel was de persoonlijke relatie met God ook ver-broken, evenzo is dit bij ons het geval. Dáárom kwam de Here Jezus Christus naar de aarde om de mensheid van de eeuwige dood te redden die door de zonde van Adam in de schepping gekomen was. Na Golgotha is de weg weer open naar God, mits we de Here Jezus Christus erkennen als verlosser.

’En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen’. Genesis 1:27

Ondanks de overbodige discussies die regelmatig oplaaien zijn Adam én Eva naar Gods beeld, volmaakt, geschapen. We kunnen ons er niet vanaf maken dat ’Eva er later bij kwam’ en dus dáárom in de fout ging, God maakte de mens naar Zijn gelijkenis, met een vrije wil!
De bewering dat ’de vrouw’ vanwege de zonde van Adam werd geschapen gaat niet op, want op dát moment waren ze nog vrij van zonde, deze (de erfzonde*) kwam pas in Genesis 3. In de ’voortijd’ werd Lucifer ook geschapen door God, maar op een gegeven moment viel deze aartsengel van God af en werd een tegenstander van God:

Dé zonde (erfzonde)
Christus Jezus stortte Zijn bloed op het kruishout van Golgotha in de eerste instantie niet voor onze zonden, maar voor dé zonde. De zonde is de verwijdering tussen God en mens die in de hof van Eden ontstond toen Adam en Eva zich inlieten met satan, als het ware de gehele schepping in de zonde stortten. Christus ‘kocht’ de mensheid én de schepping van satan terug. Daarom wilde deze uit alle macht voorkomen dat Jezus geboren zou worden, toen dat éénmaal een feit was probeerde hij Hem te verleiden in de woestijn, enz. Op dit moment is de mensheid, en de schepping, nog steeds ‘in barensnood’ maar er is, voor wie dit wil, een uitweg, Dé Weg, de Waarheid en het Leven, Christus Jezus. Binnen niet al te lange tijd zal Christus Zijn volgelingen opeisen en tot Zich nemen, en na de climax van de Grote Verdrukking zal Hij alles, inclusief de schepping opeisen en als Koning heersen.

’Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus en zeg tot hem: zo zegt de Here Here: Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werd, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. Onbe-rispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werd totdat er onrecht in u werd gevonden’.
Ezechiël 28:12-15

We zien hier een beschrijving van de satan vóór zijn val, deze teksten gaan naadloos over naar de koning van Tyrus persoonlijk, die zich door satan liet inspireren en drijven in zijn regeren en daden.

Ná de zondeval van Adam en Eva is de mensheid, gedreven door de zonde, steeds verder van God afgedwaald en als de Here niet persoonlijk had ingegrepen zou er voor de mensheid geen redding meer mogelijk zijn. (Hetgeen ook de bedoeling van satan was!)

We gaan in deze studie, aan de hand van zeven punten, bekijken wat we eerst waren, nu zijn, hoe we verlost zijn, wat we hebben ontvangen, wat we moeten weten, wat we zullen zijn in toekomst en hoe we op dit moment behoren te leven.

1. De Bijbel vertelt de gelovigen, wat ze waren.
Jeremia 17:9-13 ’Het zondige hart van de mens is arglistig’.

In vers 13 van Jeremia 17 lezen we dat wie de Here verlaat ’in de aarde geschreven zal worden’.  De Here Jezus deed dit ook toen de Farizeeën een vrouw bij Hem brachten:

Lezen: Johannes 8:2-12

’En des morgens vroeg was Hij weder aanwezig in de tempel, en al het volk kwam tot Hem en Hij zette Zich neder en leerde hen. En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw, op overspel betrapt, en zij stelden haar in het midden en zeiden tot Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel; En in de wet heeft Mozes ons bevolen zulken te stenigen; Gij dan, wat zegt Gij En dit zeiden zij om Hem in verzoeking te brengen, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte neder en schreef met de vinger op de grond. Doch toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zeide tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar. En weer bukte Hij neder en schreef op de grond. Maar toen zij dit hoorden, gingen zij één voor één weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden. En Jezus richtte Zich op en zeide tot haar: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld? En zij zeide: Niemand, Here. En Jezus zeide: Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer! Wederom dan sprak Jezus tot hen en zeide: Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben’.
Johannes 8:2-12

Dat de Farizeeën afdropen was geen wonder, ten eerste kan een vrouw nooit alleen overspel bedrijven en waarom was de man waarmee ze dit pleegde niet aanwezig?

’En een man, die echtbreuk pleegt met iemands vrouw, echtbreuk pleegt met de vrouw van zijn naaste, zal zeker ter dood gebracht worden; zowel de overspeler als de overspeelster’. Leviticus 20:10

De Schriftgeleerden wisten héél goed van het bestaan van die opdracht van de Here in Leviti-cus 20. Hun zonde bestond in dit geval uit de verzoeking van de Here Jezus Christus én het feit dat ze alléén de vrouw opbrachten en de man buiten schot lieten. Ze hadden immers de vrouw én de man op overspel betrapt, waarom lieten ze de man dan vrij uit gaan?

Ten tweede wisten de Farizeeën heel goed wáárom de Here Jezus in het stof schreef, ze wis-ten heel goed dat ze voor de schijn erg godsdienstig waren maar in hun leven geen plaats wilden geven aan de levende God, daar valt niets aan te verdienen. De Farizeeën kenden Je-remia 17:9-13 heel goed, hun leven bestond voor het grootste deel uit de bestudering van de Geschriften, ze wisten dat ze dood door de zonde waren voor God. In Psalm 51:7  lezen we dat wij in ongerechtigheid geboren zijn. Het slechte in de mens komt vroeg of laat naar bui-ten als deze geen relatie met onze Here heeft:
’Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein’.
Marcus 7: 23

Daarbij lezen we in Romeinen 8:7-8 dat de gezindheid van het vlees God niet kan behagen, in principe leeft het vlees in vijandschap met God, zo’n mens is feitelijk dood voor God volgens Efeze 2:1-3:

’Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, Waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, (Trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de ove-rigen, kinderen des toorns’. Efeze 2:1-3

2. De Bijbel vertelt de gelovigen wat ze zijn.
De gelovige is door Christus Jezus zalig geworden, nabij God gekomen, kind van God geworden, afgewassen van de zonde, geheiligd, gerechtvaardigd en zal gelijk Christus worden.  Alles wat verloren is gegaan bij de zondeval is in Christus hersteld.
’Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. Efeze 2:8.

’Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Efeze 2:13

Galaten 3:26  ’Kinderen Gods’
1 Corinthe 6:11 ’Afgewassen, geheiligd, gerechtvaardigd’

’Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld’. 1 Johannes 4:17.

’Want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld’, hier wordt mee bedoeld dat we (nog) wél in deze wereld zijn maar niet ván de wereld zijn, een wedergeboren Christen heeft een taak in de wereld maar kan en mag niet gebonden zijn in, of aan, de wereld.
De Here Jezus Christus was bereid de wil van God te doen zonder aan deze wereld gebonden te zijn, Hij had b.v. geen aardse bezittingen. Een Christen is niet meer dan zijn meester, we mogen wel gebruik maken van de mogelijkheden maar zullen tevreden moeten zijn met het-geen wij van Hem ontvangen. Wie naast het geloof in Christus aardse goederen verzamelt, macht of weelde zoekt, komt in de problemen:

’Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon. Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en bren-gen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te bo-ven? Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen. En wat zijt gij be-zorgd over kleding? Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: Zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze. Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Maakt u dan niet bezorgd, zeggen-de: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad’. Matthéüs 6:24-34

Als we aan Christus gelijk willen zijn, zullen we een bewuste keuze moeten maken, we kun-nen niet Hem én de Mammon dienen. In vertrouwen mogen we geloven en accepteren dat we als Christus kunnen en mogen zijn, de voorwaarde is dat we de wereld moeten verzaken, want hóe kunnen we uitzien naar Zijn komst terwijl we ons druk maken om aardse goederen?

3. De Bijbel vertelt de gelovigen hoe ze werden verlost van wat ze waren en gemaakt zijn tot wat ze zijn.
Men hoort regelmatig, meestal van liberale of gewoonte ’christenen’, dat het bloed van de kansels afdruipt in vele evangelische groepen. Vaak wordt er binnen de liberale kerken gedacht dat door ’goede daden’ en ’broederschap’ verlossing verkregen wordt, wat dat dan ook moge inhouden. De Bijbel zegt het anders, er is maar één wijze tot verlossing en behoudenis en dat is bloedstorting, met andere woorden iemand anders moet zijn leven als losprijs geven om de zonden ’weg te wassen’. De apostel Paulus zegt het in Hebreeën 9:22 zo:
’En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving’. Hebreeën 9:22

Hier zien we dat volgens de wét met bloed gereinigd moest worden, en wat zei Jezus Christus van Zichzelf?
’Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen’. Matthéüs 5:17

Hier zien we dat door de vervulling der wet, op het kruishout van Golgotha, de Here Jezus Christus op Oudtestamentische wijze de verzoening vervulde. In de periode (bedeling) der wet moest elk jaar het lot geworpen worden over twee geitenbokken, één werd in de woestijn, naar de woestijngeest Azazel gezonden, de andere moest sterven als zondoffer.  Op de bok voor Azazel werden de handen gelegd en zo werden, symbolisch, de zonden van het volk op de bok gelegd en daar na naar de woestijngeesten gezonden.

’En van de vergadering der Israëlieten zal hij twee geitenbokken ten zondoffer en een ram ten brandoffer nemen. Dan zal Aäron de stier van zijn eigen zondoffer brengen en verzoening doen voor zich en zijn huis. Hij zal de twee bokken nemen en ze voor het aangezicht des He-ren stellen bij de ingang van de tent der samenkomst. En Aäron zal over de beide bokken het lot werpen; een lot voor de Here, en een lot voor Azazel. Dan zal Aäron de bok waarop het lot voor de Here gevallen is, brengen en hem ten zondoffer bereiden. Maar de bok waarop het lot voor Azazel gevallen is, zal men levend voor het aangezicht des Heren stellen, om daarmee verzoening te doen, door hem voor Azazel de woestijn in te zenden’. Leviticus 16:5-10

Deze twee bokken waren een type van een situatie die eeuwen later plaatsvond.  De Here Jezus Christus werd naast Barabbas gezet. De Here werd als zondoffer aan het kruis geofferd en Barabbas ’mocht’ blijven leven in een zondige wereld waarover satan en de boze geesten macht hebben:

’Nu was de stadhouder bij elk feest gewoon een gevangene, ter keuze van de schare, los te laten. Zij hadden toen een berucht gevangene, genaamd Barabbas. Daar zij nu toch bijeen waren, zeide Pilatus tot hen: Wie wilt gij, dat ik u zal loslaten, Barabbas of Jezus, die Christus genoemd wordt? Want hij wist, dat zij Hem uit nijd hadden overgeleverd. Terwijl hij nu op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden. Maar de overpriesters en de oudsten overreedden de scharen, dat zij om Barabbas zouden vragen, maar Jezus zouden laten ter dood brengen. De stadhouder antwoordde en zeide tot hen: Wie van die twee wilt gij, dat ik u loslaat? Zij zeiden: Barabbas. Pilatus zeide tot hen: Wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt? Zij zeiden allen: Hij moet gekruisigd worden! Hij zeide: Wat heeft Hij dan toch voor kwaad gedaan?
Zij schreeuwden des te meer: Hij moet gekruisigd worden Toen Pilatus zag, dat niets baatte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water, wies zich de handen ten aanschouwen van de schare en zeide: Ik ben onschuldig aan zijn bloed; gij moet zelf maar zien, wat ervan komt’.
 Matthéüs  27: 15 -24

Barabbas, zoon van Abbas, ging vrij uit, en Jezus, zijn naamgenoot, vergoot zijn bloed voor de mensheid.

Barabbas. (Wat wil zeggen zoon van Abbas.)
In de Bijbel staat geschreven dat de man Barabbas heette, op zich klopt dit wel want hij was de zoon van Abbas. Maar even zo goed zou een broer van hem óók Barabbas geheten kunnen hebben, dat was dan toch ook een zoon van Abbas? De reden zit in het feit dat deze man dezelfde naam had als onze Here! Zijn naam was ook Jezus, of op z’n Hebreeuws Jeshua. Deze man was dus Jeshua, zoon van Abbas. Onze Here was voor de wereld Jeshua, zoon van Josef of Joshua. Hier stonden op een gegeven moment Jeshua en Jeshua naast elkaar, de ene ging naar de offerplaats en de andere werd de ‘woestijn’, de zondige wereld ingezonden zoals de bok uit Leviticus 16:5-10

Zijn Bloed kome……
Het excuus dat eeuwenlang door de kerken gevoerd was lezen we in de volgende tekst van Matthéüs 27, en wel in vers 25. De Roomse Kerk heeft in haar prille begin de z.g.n. vervangingstheologie ingevoerd, men stelde ’de kerk’ in de plaats van het uitverkoren volk Israël. Om dit te rechtvaardigen ge (mis) bruikte men Matthéüs 27:25 waar staat:

’En al het volk antwoordde en zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’
Matthéüs 27:25

Men stelt, stelde, in die leer dat het de schuld van de Joden zelf is dat ze vervolgt en gedood zijn, ook door de Roomse Kerk, omdat ze dit over zichzelf afgeroepen hebben tijdens de z.g.n. ’veroordeling’. Maar niets is minder waar, ze riepen dit niet uit grootsheid, onverschilligheid of schijnvroomheid, ze riepen dit omdat een groot deel van het volk áchter Jezus stond en verlossing van Hem verwachtte. ’Zijn bloed kome over ons’ wil niets anders zeggen dat ze het offer, het ultieme offer, accepteerden en dat ze heel goed wisten dat er zonder bloedstor-ting géén vergeving ontvangen kan worden. Daarbij waren velen ontsteld en waren verontrust omdat men, de lang verwachtte Messias, om wilde brengen. Het is niet zoals de kerken het ons wijs willen maken, er is maar één uitleg; Barabbas werd naar Azazel gezonden in de (we-reld) woestijn waarin hij in kommer en kwel zou omkomen indien hij niet tot wedergeboorte zou komen en Jezus stortte als zoenoffer Zijn bloed tot redding en heil van de mensheid.

Vervangingstheologie.
Ondanks dat vele gelovigen zich verenigen in vrije groepen en kringen en de Bijbel bestude-ren is er vaak weinig zicht op het volk Israël, men stelt zich (onbewust) in de plaats van Israël. Vaak wil men niet inzien dat de Here God door al de eeuwen heen Zijn volk apart heeft gezet en gestadig met haar door gaat. Na de verschrikkingen van de 2e Wereldoorlog ’ontstond’ in 1948 de staat Israël en langzamerhand groeide de bevolking in aantal en daarmee de weer-stand van het ’christendom’. In plaats het volk Israël tot jaloezie op te wekken vanwege de redding en verlossing door de Here Jezus Christus, werd de meerderheid van de Christenen er jaloers op Israël dat het zo goed gaat. Natuurlijk gaat het Israël goed, naar aardse rijkdom ge-rekend, maar is het ook niet zo dat dit volk gezegend zal worden in aardse zegeningen en de Gemeente in hemelse? Om kort te gaan; de Gemeente is verplicht Israël te accepteren en voor haar te bidden, we mogen ons wel eens afvragen of er niet iets aan ons schort als we niet achter Israël staan, of is het niet zo dat Israël omwille van de Gemeente moet lijden? Laten we eens zien wat de Bijbel er van zegt:

’Wat dan? Hetgeen Israël najaagt, heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen, en de overigen zijn verhard. Gelijk geschreven staat: God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot de dag van heden. En David zegt: Hun tafel worde tot een strik en een net, en tot een aanstoot en vergelding voor hen. Laten hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien, en doe hun rug voorgoed zich krom-men. Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken. Betekent nu hun val rijkdom voor de wereld en hun tekort rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid! Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening, Dat ik zo mogelijk de naijver (= jaloersheid) van mijn vlees [en] [bloed] mocht opwekken, en enigen uit hen behouden. Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geent zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen. Beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt; niet gij draagt de wortel, maar de wortel u. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geent zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goe-dertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goe-dertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geent  worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geent zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geent worden. Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israel gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat. En aldus zal gans Israel behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Want evenals gij eertijds aan God ongehoorzaam waart, maar nu ontferming hebt gevonden door hun ongehoorzaamheid. Zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geworden, opdat door de u betoonde ontferming ook zij thans ontferming zouden vinden. Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen. O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!’ Romeinen 11:7-33

Wie de Bijbel serieus neemt zal volmondig erkennen dat zowel de Jood als de heiden, dit is elk mens dat niet als Jood geboren is, van nature zondig en verloren zijn, dat er bloedstorting nog is ter redding en verlossing. Voor het huidige Jodendom komt er nog bij dat ze verblindt zijn ter wille van hen uit de heidenen die Christus hebben aangenomen. Wie zijn wij dan dat we tegen het raadsbesluit van de Here in durven gaan en samen met, alle, kerken durven be-weren dat het huidige Israël niet in het land van onze Here God mag wonen? Of willen ook wij de Here voorschrijven wat Hij moet doen? Zijn de gedachten en wegen van Hem niet oneindig veel hoger dan de onze?:

’Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen  luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten’. Jesaja 55:8-9

Van nature zondig.
We hebben gezien in het voorgaande van deze studie dat de mens van nature zondig en verloren is, dat zelfs religie of het volgen van de Mozaïsche wetten een mens niet verlossen kan van de zonde. De enige Weg ter verlossing is de bloedstorting van de Here Jezus Christus. We lezen in Matthéüs 26:28.

’Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’.

En verder in 1 Petrus 1:18-19:
’Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is. Maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam’.

Zie ook: Openbaring 5:9

4. De Bijbel vertelt de gelovigen, wat zij, als gereinigde zondaars, hebben ontvangen.
De Gemeente van Christus leeft in de ’bedeling der genade’, wat wil zeggen dat de wedergeboren Christen uit onvoorwaardelijke genade mag leven, alles uit genade ontvangen heeft. Een mens kan niets toe - of afdoen aan de vergeving van zonden, dit was onder de ’bedeling der wet’ wel eventjes anders, toen waren de zegeningen afhankelijk van de werken. Daar was het credo: ’Doe dit en gij zult leven’. Een gelovige heeft bijvoorbeeld het eeuwige leven, een leven dat de zondige mens steeds zoekt maar nooit zal kunnen vinden zonder Christus:

’Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven’. Johannes 5:24

Dit eeuwige leven zal de volkomen uitwerking pas na onze dood, of de opname van de Gemeente, hebben. Maar ook nu kunnen we daar al een voorproefje van ondervinden omdat we vrede hebben gekregen met God. Veel mensen zoeken naar vrede en rust voor hun ziel en vinden het niet. Er wordt gezocht in Oosterse filosofieën, lichamelijke kastijdingen of verplichtingen zoals een bezoek aan Mekka. De laatste jaren is het min of meer mode om in een poosje in het kloosterleven te duiken en zo rust en vrede voor de ziel te krijgen. Maar zonder Christus zal een mens geen vrede met zijn Schepper kunnen vinden:
’Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus’. Romeinen 5:1

Ook heeft een wedergeboren Christen ’de Heilige Geest ontvangen’, dit is de ’Geest’ van onze Here Jezus Christus. Daarom moeten we heel goed beseffen dat die Geest God Zélf is en niet oproepbaar is op het moment dat wij het willen.
In vele samenkomsten wordt ’het feest met de geest’ gehouden, men roept en commandeert de Here God, want dát is de Heilige Geest, dat het een lieve lust is. Men ziet dan ook ’Jomanda-achtige situaties’ in dit soort samenkomsten, er rollen mensen lachend, huilend, blaffend of gillend over de grond dat het een lieve lust is. De nieuwste trend is het z.g.n. ’profetieën ba-ren’, vrouwen liggen in baarhouding op de grond, kreunen en steunen. En o wonder, na en-kele pogingen wordt er een profetie geboren!
Als we Gods Woord, de Bijbel serieus nemen zullen we moeten erkennen dat dit soort zaken nergens in dat Woord zijn te vinden. Wél vinden we dit soort situaties binnen de New Age, daar geeft men ’lachtherapie’, of doet men aan ’geestelijke wedergeboorte’ op aanschouwelijke wijze. Ook binnen de Charismatische Beweging gebruikt men afgeleide vormen van de z.g.n. lachtherapie, traumaverwerking, enz. In principe zijn veel New Age methoden binnen deze groep (groepen) geslopen, de voorvechters zijn meestal rondreizende ’predikers’ die er een goed belegde boterham aan overhouden.

Rebirthing.
In mei 2000 is in Amerika een heel jong meisje om het leven gekomen tijdens een ‘Rebirthing sessie’ die uit de hand liep. Het meisje werd door een ‘therapeute’ behandeld vanwege ‘traumatische ervaringen’ tijdens de geboorte en de weken er na. Men wikkelde haar in een deken, deed daar aan weerzijden van haar hoofd een kussen en ‘imiteerde de geboorte’. De kussens waren (te) stevig op, en rond haar gezicht gedrukt waardoor ze is verstikt. De gedachte achter deze waanzin is dat men dan de geboorte opnieuw beleefd en de ‘trauma’s verwerkt’. Eigenlijk kunnen we dit als een soort ‘wedergeboorte van de New Age’ beschouwen. Deze ‘wedergeboorte therapie’ komt veel voor in het alternatieve circuit, en kan beschouwd worden als een imitatie van de christelijke wedergeboorte. Zaterdag 24 juni las ik in De Telegraaf’ het relaas van drie broers waarvan twee voorgangers en één medewerker van een afkickcentrum, twee van hen hadden 103 dagen in voorarrest gezeten, één was na drie dagen buiten vervolging gesteld evenals een andere man die ook lid van dezelfde Pinkstergemeente was. Deze vier mannen waren door de dochter van één van de voorgangers aangegeven wegen vermeend seksueel misbruik. Achteraf bleek het één grote leugen te zijn. Het meisje, 24 jaar oud, was samen met haar moeder naar bidstonden geweest waar men uren achtereen bad, lofprees en emotionele ervaringen beleefde om ‘herinneringen’ uit de vroegste jeugd, zélfs in de baarmoeder, te verwerken! In die urenlange gebedssessies wordt de waan opgewekt dat men ‘vroeger’ iets mee heeft gemaakt, zo’n waan kan tot verschrikkelijke gevolgen leiden, dergelijke slachtoffers kunnen nooit meer normaal over hun leven beslissen want er zijn gegevens in geprojecteerd die als echt worden ervaren. Het resultaat is verwoeste levens van de mannen, een moeder en dochter die niet beseffen dat ze duivels beïnvloed zijn, een afkickcentrum dat failliet ging, kinderen hun vaders niet meer willen zien, de Nederlandse staat die een miljoenen claim krijgt én betalen zal, een moeder en dochter die totaal verknipt zijn en minimaal één huwelijk totaal verwoest. Elke keer als er iets uit Amerika overwaait worden de z.g.n predikers er rijk van en gaan mensen er aan kapot. De New Age heeft haar tentakels tot in de Gemeente van Christus! Wie niet dicht bij de Here en Zijn Woord leeft is een gemakkelijk slachtoffer voor de duisternis.

De apostel Paulus noemt de mensen die dit soort dwalingen binnen de Gemeente brengen, dit komt de laatste jaren steeds meer voor, ’grimmige wolven’, dat zijn het inder-daad, het zijn aanhoudende en  gedreven mensen die belust zijn op persoonlijk voordeel en succes:
’Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen. En uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken’. Handelingen 20: 29-30

Een Christen heeft de Heilige Geest inderdaad als ’onderpand’ ontvangen bij de wederge-boorte, maar niet voor amusement of geestdrijverij:
’In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der be-lofte. Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verwor-ven heeft, tot lof zijner heerlijkheid’.  Efeze 1:13-14.

Dit ontvangen van de Heilige Geest is niet minder dan de Geest van onze Here Jezus Christus ontvangen. Hij heeft gezegd dat Hij de Trooster, de Heilige Geest zou zenden na Zijn heen-gaan:

’Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn. De Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u  zijn’. Johannes 14:15-17.

We zien hier dat we nooit behoeven te bidden om de aanwezigheid van de Heilige Geest zoals dit vaak voorkomt in Pinkster - en Charismatische kringen. De Heilige Geest is altijd aanwe-zig en is dus niet oproepbaar, áls de Heilige Geest ’niet meer aanwezig is’ heeft Hij zich te-ruggetrokken vanwege zonden van de persoon zélf, dan is God door die persoon bedroefd:

’Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde*, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen. Verblijdt u te allen tijde, Bidt zonder ophouden. Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u. Dooft de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Maar toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad’. 1 Thessalonicenzen 5:15-22.

* Onder het Oude Verbond: ’oog om oog, tand om tand’. Toen vergold men kwaad met kwaad. Nu, in het tijdperk der genade: ’rekent het kwade niet toe’, genade voor recht.
In deze teksten lezen we dat de Heilige Geest uitgedoofd kan worden in ons leven als we de Here bedroeven met onze zonden, als we kwaad doen. Dit wil dan niet zeggen dat de Geest van ons vertrekt maar dat Hij Zich terugtrekt! Maar zodra we onze zonden oprecht beleden hebben en nalaten zal God zich weer door Zijn Geest in ons manifesteren en ons vrede en rust geven:

’Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam’. 1 Corinthe 6:19-20

In eerdere Bijbelstudies is deze tekst wel eens aangehaald en gewezen op het misbruik van deze tekst uit 1 Corinthe 6:19. Menigmaal is dit Schriftgedeelte misbruikt door mensen die anderen een last willen opleggen. Men zegt dan tegen mensen die b.v. roken of alcohol ge-bruiken dat ’de tempel’ geschonden wordt, op grond van deze tekst God veroordeelt men b.v mensen die een glas wijn drinken of een sigaret roken. Natuurlijk is te veel alcohol gebruik fout, daar wijst de Bijbel in  Efeze 5:18 op:
’En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest’. Efeze 5:18

Elk weldenkend mens let er op dat hij of zij niet dronken door het leven gaat want daarmee ’verdoven’ we op dat moment letterlijk de Geest, maar waar 1 Corinthe 6:19 over gaat slaat op het lichamelijk contact met een hoer:
’Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij,  doch voor de Here, en de Here voor het lichaam. God heeft niet alleen de Here opgewekt, maar zal ook ons opwekken door zijn kracht. Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden ener hoer van te maken? Volstrekt niet! Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam [met] [haar]  is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn. Maar die zich aan de Here hecht, is een geest [met] [Hem]. Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn  eigen lichaam om.
Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam. Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u  woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam’.
1 Corinthe 6:13-20

We vinden in de Bijbel maar één maal de uitdrukking ’Tempel van de Heilige Geest’, deze ene uitdrukking slaat op het bezoeken van een hoer, wat in Corinthe veelvuldig voorkwam. In Corinthe liepen ontzettend veel gewijde tempelhoeren rond en wie dus lichamelijk contact had met zo’n hoer had daarmee óók contact met de afgoden! Die vrouwen waren immers aan de afgoden gewijd! God wilde dus absoluut niet een relatie met b.v. Semiramis, Baäl, Diana en andere ’goden’.

In ’Ga uit van haar Mijn volk’ lezen we ook van ingewijde hoeren, ze maakten deel van de Godsdienst uit:

Babylonische godsdienst.
Nimrod was ’god’, Semiramis de ’maagd’ en Tamuz (de zgn. gereïncarneerde Nimrod) ’god’s zoon’. Een eigen ’god’, ’maagd’ en ’jezus’ door satan bedacht en gecreëerd! Satan kende God Zijn Heilsplan en maakte er een schaamteloze kopie van! Semiramis sloeg munt uit de mens zijn rebellie tegen God zijn ’huwelijkswet’. Zij promootte het ’celibaat’ (een reli-gieuze cover om ontucht en overspel te verbergen), echtbreuk, homoseksualiteit en lesbianis-me. Dit is de bron van het Rooms Katholieke ’celibaat’. Door het ’celibaat’ zijn de priesters apart gezet, heilig, net als vandaag binnen de R.K. Kerk. Men gelooft dat het ’sacrament van celibaat’ hoger is dan het ’sacrament van het huwelijk’. ’De nonnen waren tempelhoeren, die de priesters dienden [met hun lichaam]. Indertijd noemde men hen de ’begenadigde maagden’.

Ik kan me niet voorstellen waarom het roken van een sigaret of het drinken van een glas wijn schending van de ’Tempel’ is. Eerder zou ik zeggen dat de religieuze New Age-uitingen bin-nen de extreme Pinkstergroepen een vermenging met de afgoden uit het Hindoeïsme of Boed-dhisme is. Natuurlijk is het niet goed om je ergens aan te binden, vooral niet aan stimulerende stoffen maar dat wil nog niet zeggen dat we elkaar lasten mogen opleggen! Als Christen heb-ben we alleen aan Christus Jezus verantwoording af te leggen, wij zijn ’Koningskinderen’ die heel wat van hun Koning en Hoofd ontvangen hebben:

Johannes 5:24  ’We hebben het eeuwige leven’ en ’komt niet in het  oordeel’.
Romeinen 5:1  ’Wij hebben vrede met God’.
1Corinthe 6:19  ’Wij hebben de Heilige Geest ontvangen’.
Kolossenzen 1:12-14  ’Verlossing’ en ’vergeving van zonden’
1 Johannes 2:1  ’Voorspraak bij de Vader’.
1 Petrus 1:4   ’Een erfenis’.

5. De Bijbel zegt wat de gelovigen wat ze mogen weten.
Een Christen staat, als het goed is, helemaal los van de wereld. De wereld is sterfelijk en ligt onder de zonde. In het aardse bestaan kan een mens maar een beperkte leeftijd bereiken en daarom zijn er zo velen die denken dat elke dag opnieuw zo veel mogelijk uit het leven geplukt moet worden. Ook zijn er eerlijke en oprechte mensen die van uit een humaan levenspatroon goed doen, zorgzaam zijn en na een lang leven kunnen zeggen dat ze, van uit een menselijk gezichtspunt gezien, altijd eerlijk en oprecht geweest zijn. En toch zal het niets ba-ten, ze proberen als goed en oprecht mens te leven maar wanneer ze geen persoonlijke relatie met de Here God zullen ze evenals de grootst egoïst reddeloos verloren zijn. Maar wie de Here Jezus Christus in z’n leven heeft toegelaten weet dat hij uit genade mag leven:

2 Corinthe 8:9 ’Genade van Christus, we weten het, het is geen vraag of twij-fel’

Galaten 2:16  ’We weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door werken maar door het geloof’.

Romeinen 8:28  ’Wij weten dat alle dingen meewerken ten goede’*

Johannes 14:16  ’Gij kent Hem, de Geest der waarheid’

1 Johannes 5:13  ’Weet, dat Gij het eeuwige leven hebt’

*Óók deze tekst wordt nog als eens gebruikt om mensen te ’troosten’ die in grote problemen zitten. Het is zelfs voorgekomen dat een ’vrome’ broeder ten opzichte van ouders die een kind hadden verloren deze tekst gebruikte als ’troost’. De man kende z’n Bijbel waarschijnlijk maar heel summier want de laatste vijand is de dood en die zal pas overwonnen worden als Christus alles voleindigd heeft. Deze tekst slaat op heel andere zaken! ’Wij weten dat alle dingen meewerken ten goede’ uit Romeinen 8:28 slaat op de Heilige Geest die ons helpt en voor ons pleit bij God wanneer wij onzeker zijn, het eventjes niet meer zien zitten of begrij-pen. Deze Geest is toch de Geest van de Here Jezus Christus die bij ’de Vader’ voor ons ’bidt en pleit’. Als we dan toch enig verband willen zien tussen nood en ellende die veroor-zaakt is door de zondeval kunnen we vers 28 vergelijken met de verzen 19 - 24 van Romei-nen 8.’Vrome’ mensen halen erg gemakkelijk een tekst uit het verband om zélf de goede sier te maken, zélfs bij een sterfbed dat nog steeds het gevolg is van de zondeval uit Genesis 3.

De Bijbel vertelt de gelovigen, wat zij in de toekomst zullen zijn.
Lezen: 1 Johannes 3:1-3.
In 1 Johannes 3:1-3 lezen we dat we ’als Christus zullen zijn’. Dit wil absoluut niet zeggen dat we ’goddelijk’ zullen worden maar dat we ons onvolmaakt lichaam zullen verwisselen met het volmaakte. Ook zullen we dan zonder zonde zijn evenals Christus Jezus dat tijdens zijn aardse leven was. We zullen, tot op zekere hoogte absoluut, als Christus zijn maar het Godde-lijke zullen we nooit bereiken, Christus blijft het Hoofd en wij met elkaar de leden van het lichaam dat Gemeente wordt genoemd.

Kolossenzen 3:4 ’De gelovige zal met Christus verschijnen in heerlijkheid’

Direct na de grote verdrukking zal Christus Jezus verschijnen op de wolken met macht en majesteit, Christus als het Hoofd van de Gemeente zal verschijnen met het Lichaam, de Gemeente. De Gemeente zal overal zijn waar Hij ook is:
’En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods.
En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren’.
 Openbaring 19:11-16

De ’heerscharen’ uit vers 14 is de Gemeente, het totale aantal gelovigen dat voor altijd bij Hem zullen zijn. De witte kleur van de paarden en het smetteloze, fijne linnen stellen de rein-heid voor. We zien op dit moment nog niet hoe groot en rijk we zijn in Christus, maar we kunnen rustig aannemen dat we voor God smetteloos en rein zijn, niet door eigen daden maar door het reinigende bloed van Christus. Dat soort klederen komen we ook tegen in Zacharia 3:1-7, kleding is een symbool van vuilheid of reinheid, naar gelang de situatie:

’Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande voor de Engel des Heren, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. De Here echter zeide tot de satan: De Here bestraffe u, satan, ja de Here, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? Jozua nu was met vuile klederen bekleed, terwijl hij voor de Engel stond. Toen nam deze het woord en zeide tot hen die voor Hem stonden: Doet hem de vuile klederen uit. Hij zeide tot hem: Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan. Ik nu zeide: Laat ze een reine tulband op zijn hoofd zetten. Toen zetten zij een reine tulband op zijn hoofd en trokken hem een staatsiegewaad aan, terwijl de Engel des Heren erbij stond. Hierop vermaande de Engel des Heren Jozua: Zo zegt de Here der heer-scharen: Indien gij in mijn wegen wandelt en de door Mij opgedragen taak waarneemt, dan zult gij zowel mijn huis richten als mijn voorhoven bewaken, en Ik zal u doen verkeren onder hen die hier staan’.

Het is onvoorstelbaar dat we eenmaal het beeld van het hemelse zullen mogen dragen, als we op ons zelf zien lijkt het ons onmogelijk, maar God zij dank, op Golgotha heeft Hij voor ons overwonnen:

1 Corinthe 5:15 ’Ons wacht een hemels beeld’
Het gaat zelfs zo ver dat we over engelen en mensen zullen moeten oordelen, in onze huidige staat is dat onmogelijk, dat kan alleen als we een hemels beeld hebben en rein en zondeloos zijn:

1 Corinthe 6:2-3 ’We zullen de wereld en de engelen oordelen’

Volgens Romeinen 8:17-18 zal alle heerlijkheid aan ons geopenbaard worden, er staat ons nog heel wat te wachten, maar voor het zo ver is zal de Gemeente nog meemaken wat er in 1 Thessalonicenzen 4:17-18 beschreven staat:

’Daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij  altijd met de Here wezen. Vertroost elkander dus met deze woorden’.

De Bijbel vertelt de gelovigen, hoe ze nu behoren te leven.
Zo wordt er van de gelovigen verwacht dat ze, uit dankbaarheid voor hun redding, goede werken behoren te doen. Het lijkt in eerste oogopslag enigszins Rooms Katholiek, maar het grote verschil zit in het feit dat een Christen dit uit dankbaarheid voor de redding doet, terwijl een Katholiek dit doet om gered te worden!

Lezen: 
Efeze 2:10  ’geschapen tot goede werken’
Romeinen 6:4 ’Wandelen in de nieuwheid des levens’
Titus 2:11-13  ’matig, rechtvaardig, godzalig’

’Want zelf verhalen zij van ons, hoe wij bij u ontvangen zijn en hoe gij u van de afgoden tot God bekeerd hebt, om de levende en waarachtige God te dienen. En uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn’. 1 Thessalonicenzen 1:9-10

Er wordt van ons verwacht dat we Hem dienen en Christus uit de hemelen verwachten om de Gemeente tot zich te nemen.

Maranatha, kom Heer Jezus, kom!

Grijpskerk, 18 juni 2000.

Terug naar document-overzicht
Dit artikel wordt u aangeboden door Het BijbelArchief.
Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben over dit artikel kunt u contact opnemen met de aanbieder.